Thuisblijven in tijden van corona: Tineke van Iersel

“Ik mis de inspiratie van het contact”

Door Tineke van Iersel en Anne-Mieke Penders, Doelgroeppanel Netwerk 100

Tineke heeft goed nagedacht over wat ze wil zeggen, ze heeft het op papier gezet. Haar verhaal is zo mooi dat we het hier integraal opnemen.

Geen markt maar Skype

“Het was tot begin maart vaste prik: op zaterdagmorgen met mijn twee studerende kleindochters even over de groentemarkt in Nijmegen lopen. Fruit kopen bij Kees en daarna in een voor mij meestal onbekend kroegje koffie drinken en het nieuws van de week doornemen. Nu drinken we koffie via FaceTime, zonder bezoek aan de markt.

Mijn kleindochters hebben mij geleerd Skype en Zoom te installeren op mijn laptop en er een beetje mee te werken. De verschillende besturen van organisaties waar ik lid van ben vergaderen nu digitaal, dus ik moest aan de bak. Ik moet er erg aan wennen, opeens is je scherm vol met mensen en je kunt nog met ze communiceren ook. Geweldig, vooral als het lukt. Soms is iedereen opeens weg, maar een klikje op een of ander icoontje, en hup, daar zijn ze weer. Belangrijk is dat het werk voor de besturen waar ik in zit, door kan gaan: ondersteuning geven waar nodig en zeker ook plannen maken voor de toekomst.

Er is ook angst en onzekerheid

De telefoon is tegenwoordig heel gewoon, maar hoe belangrijk is die nu voor veel ouderen. Bijvoorbeeld voor de mensen uit onze gespreksgroep: 14 personen, allemaal wat ouder, zo tussen de 75 en 98 jaar. Slechts een enkeling uit deze groep kan met een iPad of computer overweg. We bellen elke week met de leden van deze groep, de gesprekken zijn heel verschillend. Een dame van 98 zei: “Ik red me wel, mijn dochter zorgt voor het eten, de thuiszorg voor de pillen en ik heb jou om mee te praten”. Er is ook angst en onzekerheid, wat gebeurt er als ik ziek word? Iemand zei: “Ik vind het niet erg om te sterven, maar niet alleen. Kunnen we afspreken dat jij er dan bent om mijn hand vast te houden?”.

Behoefte aan nabijheid

De eenzaamheid begint een rol te spelen ondanks de lieve kaarten, bloemen, het zwaaien en de televisie. Ik heb behoefte aan contact en inspiratie. Het gevoel ‘uitgegeven’ te zijn, kan mij overvallen. De behoefte aan nabijheid van de ander is groot en het gemis maakt mij soms verdrietig. Ik heb geleerd activiteiten voor de komende dag in te plannen, hoe klein dan ook, en deze ook uit te voeren. Dat helpt mij om met dit gevoel om te gaan.

Er is ook veerkracht bij deze groep ouderen, waar ik zelf ook toe behoor: ‘We gaan het redden, wat doen we als we weer bij elkaar komen?’ Nou, dat is duidelijk: advocaat met slagroom en een grote taart. Maar ook nadenken en praten over toekomstplannen, wat we gaan doen in het najaar en welke onderwerpen wij belangrijk vinden om te bespreken.

Wat wil je als je ziek wordt?

Met mijn schoondochter ga ik regelmatig een blokje om. Soms een stevige wandeling, of even op een veilige manier bij haar in de tuin in het zonnetje. Vorige week zaten we lekker rond de vijver en toen vroeg ze: “Mam, wat wil je als jij ziek zou worden?”. Ik zal het wel even opschrijven, zei ik, en in mijn doosje leggen, het doosje voor bewaar-dingen. Maar dat ‘even’ viel mij zwaar tegen, ik heb verschillende vellen vol geschreven en weer verscheurd. Na enkele dagen had ik een briefje klaar met zes punten, mijn wensen. Het is niet zonder tranen tot stand gekomen.

Picknicken in het parkje voor het huis

Er gebeuren ook fijne dingen, een goede vriend komt bijvoorbeeld af en toe lunchen. Rond 13.00 uur komt hij met de fiets en neemt hij plaats op een bankje in het parkje voor mijn huis. Dan belt hij: “Ik wacht op je”. Ik zet thee, vul een mand met broodjes en lekkers, de theepot en theeglazen. Ik ga naar beneden en ga op de andere hoek van de bank zitten, gezellig met de mand tussen ons in. We vertellen elkaar hoe vervelend het allemaal is, maar ook hoe fijn het is om hier samen in de zon te kunnen zitten en gewoon samen te zijn.

Hoop voor de toekomst

Met vriendinnen is er veelvuldig contact via beeldbellen of FaceTime. De vragen zijn: ‘Wat eet je vanavond, wanneer kunnen we weer naar de kapper, ik heb een rotdag, heb je even tijd om te kletsen of heb je nog een titel van een goed boek’. Pas geleden heb ik ‘De zin van het leven’ van Obbema gelezen. Ik vond het rustgevend en viel na het lezen van enkele passages makkelijk in slaap. Het gaf mij hoop op een toekomst die zeker anders zal zijn. Maar dat riep wel de vraag op of we dan ook nog lief zijn voor al diegenen die, van hoog tot laag, op hun post zijn gebleven en het werk hebben gedaan dat moest gebeuren.”

Administrator