Thuisblijven in tijden van corona: Nancy Dieks

“Nadenken over de toekomst: ik schuif het nu niet meer voor me uit”

Door Anne-Mieke Penders, lid Doelgroeppanel Netwerk 100

De leden van het Doelgroeppanel van Netwerk 100 zitten door de corona-maatregelen noodgedwongen thuis, net als het grootste deel van Nederland. Ik ben benieuwd hoe het met mijn collega’s gaat en bel vandaag met Nancy Dieks: “Naar omstandigheden gaat het goed, al is het wel wennen. Ik mis het fysieke contact met mijn familie, vrienden en vriendinnen. We bellen veel, maar dat is toch niet hetzelfde. Ik realiseer me tegelijkertijd ook dat het voor eenzame ouderen zonder kinderen en met weinig contacten natuurlijk veel moeilijker is.”

De kinderen zijn bezorgd om mij

“Voordat Nederland op slot ging, was ik erg verkouden, met alles wat daarbij hoort. Ik had geen koorts, maar de kinderen waren toch ongerust dat het corona zou zijn. De kinderen zijn sowieso bezorgd om mij. Ze doen de boodschappen en leveren deze voor de voordeur af, ze houden goed afstand. Dat is een rare gewaarwording.”

Weekend-gevoel

“Buiten zijn de straten iedere dag zo goed als leeg, dat is heel vreemd. Het lijkt alsof het nu elke dag weekend is. En net als in het weekend blijf ik nu zonder schuldgevoel wat langer liggen ‘s morgens. Maar ik probeer wel enige structuur aan te brengen in de dagen. Ik douche en kleed me gewoon aan en tut me op, dat helpt. Je moet niet de hele dag in je huispak blijven lopen. Verder lees ik graag en veel, daar heb ik nu echt de tijd voor. En ik volg het nieuws en de persconferenties op TV. In huis doe ik geen extra klussen, maar ik ben wel in de tuin bezig geweest met onkruid wieden. Dat is voor mij al heel wat, want ik heb geen groene vingers. En verder ga ik iedere dag een uurtje wandelen of fietsen. Dan ga ik wel voor een gericht doel. Zo ben ik bijvoorbeeld bij Lent over de dijk gaan fietsen. Wij hebben daar gewoond, dus dat was leuk om herinneringen op te halen.”

Niet meer vooruit schuiven

Nancy is begonnen aan een klus die ze steeds maar voor zich uit heeft geschoven: “De kinderen vroegen me wel eens wat ik wil als ik er niet meer ben. Met die vraag ben je natuurlijk niet graag bezig, maar ik heb nu toch een begin gemaakt. Samen met mijn schoonzoon heb ik vorig jaar al een lijst gemaakt met wat er allemaal geregeld moet worden. Dat is best veel. Die lijst moet nu ingevuld worden. Hij lag er al een tijdje, ik schoof het steeds voor me uit. Maar nu ligt hij weer wat dichterbij.” De vraag wat Nancy zou willen als ze corona zou krijgen, wel of niet beademen, staat niet op die lijst: “Dat ga ik er meteen bij zetten.”

Mensen die het moeilijker hebben

Nancy denkt ook aan de mensen die het moeilijker hebben dan zijzelf: “Mijn zus zit in een verpleeghuis, daar kan ik nu niet naar toe. Mijn zwager kan haar, zijn eigen vrouw, niet bezoeken. Mijn zus is daar heel verdrietig over, ze belt hem wel vijf keer per dag en vraagt steeds wanneer hij komt. En ik kan nu bijvoorbeeld niet naar het Syrische echtpaar waar ik taalcoach van ben. Hun kinderen wonen verspreid over heel Europa, die zien ze nu ook niet.”

Morgen is Nancy jarig. Die dag zal ze zonder bezoek moeten vieren. “Maar ik verwacht wel veel telefoontjes en kaarten.”

 

 

 

 

Administrator